Duistland gaat met pensioen

Philipp Vorndran, Partner bij Flossbach von Storch AG, legt uit waarom de demografische verandering Duitsland dreigt te overweldigen.

Al tientallen jaren is Duitsland trots op zijn "sociale markteconomie". Een concept dat economische concurrentie bevordert zonder de sociale aspecten te verwaarlozen. Het antwoord van de grote Ludwig Erhard op het Angelsaksische kapitalisme - een beter kapitalisme. Tenminste in theorie. ​

De welvaartswinsten van een economie moeten niet alleen ten goede komen aan degenen die ze genereren, maar ook aan degenen die - om welke reden dan ook - niet kunnen bijdragen aan de groei van de economie. Bijvoorbeeld door ziekte of werkloosheid.

 

Een zo stevig mogelijk vangnet

En last but not least: iedereen die in het verleden heeft bijgedragen, maar nu van zijn welverdiende pensioen geniet, moet meedoen. Dankzij het omslagstelsel van de wettelijke pensioenverzekering.

Het "intergenerationele contract" bepaalt dat werkenden de pensioenen van gepensioneerden betalen, in de wetenschap dat de volgende generatie er later voor zal betalen. Dat was vroeger het geval. Maar zal dat in de toekomst ook zo zijn?

Wie zal het zeggen? De samenleving vergrijst en dat heeft gevolgen, zelfs of vooral voor een pensioenstelsel zoals het omslagstelsel. Steeds meer oude mensen krijgen te maken met steeds minder jonge mensen. Of andersom: een afnemend aantal werkenden moet betalen voor de pensioenen van een groeiend aantal gepensioneerden.

De zogenaamde afhankelijkheidsratio van ouderen meet het machtsevenwicht tussen de twee groepen en daarmee niet in de laatste plaats de robuustheid van het omslagstelsel voor pensioenen. Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) was de afhankelijkheidsratio van ouderen 16 in 1950, wat betekent dat er 16 mensen in de pensioengerechtigde leeftijd waren voor elke 100 mensen in de werkende leeftijd. Vandaag de dag is de afhankelijkheidsratio al 36, dat wil zeggen meer dan twee keer zo hoog. De cijfers zien er nog dramatischer uit in een projectie voor het jaar 2060: Duitsland zal dan een afhankelijkheidsratio van ongeveer 60 hebben!

De jongeren zullen dit op de lange termijn niet aankunnen, vooral als de productiviteitsstijging de vergrijzing niet of onvoldoende compenseert.

 

De gaten kunnen nauwelijks worden gedicht...

Wettelijke pensioenverzekeringen zijn al een grote subsidiebusiness voor de staat. De federale overheid moest meer dan 100 miljard euro bijleggen in 2023; in 2022 was dat nog 84 miljard. En er zullen in de toekomst nog veel meer miljarden nodig zijn om de gaten te dichten die aan het ontstaan zijn. Het is als water uit een lekkende roeiboot scheppen.

De bijdragen aan het pensioenfonds verhogen is geen optie. Arbeid zou onbetaalbaar worden. De pensioenleeftijd verder verhogen? Een beproefd middel. Maar het zal in de toekomst waarschijnlijk mislukken door de wil van een gestaag groeiende groep kiezers: de ouderen. ​

Het probleem is dat pensioenen in Duitsland in veel gevallen synoniem zijn met het wettelijke pensioen. De andere "pijlers", bedrijfspensioenregelingen en particuliere pensioenvoorzieningen, hebben een nichebestaan. In het verleden is men er altijd niet in geslaagd om deze op een zinvolle manier te promoten en uit te breiden, deels omdat de overtuiging dat (wettelijke) pensioenen zeker zijn nog steeds wijdverbreid is.

Het verder verlagen van de pensioenrechten is daarom geen optie. Miljoenen mensen worden bedreigd met armoede op hun oude dag - en de regering wordt geconfronteerd met een sociaal explosieve situatie. ​

De regering zit met een dilemma: het Duitse socialezekerheidsstelsel is eigenlijk nauwelijks financieel levensvatbaar; in de tijd van Erhard was het aandeel ervan in de nationale begroting ongeveer 15 procent, maar nu is het meer dan 60 procent! ​

De middelen ontbreken elders, bijvoorbeeld voor investeringen in onderwijs of (digitale) infrastructuur - zaken die essentieel zijn voor het behoud van het concurrentievermogen op de lange termijn.

Duitsland leeft van zijn beschikbare middelen. Op een gegeven moment, in de niet al te verre toekomst, zal dit opgebruikt zijn. En dan?

Er wordt nu immers gesproken over het "aandelenpensioen". Dit is ongetwijfeld een stap in de goede richting. Maar het komt laat, en de bedragen waarover gesproken wordt zijn - afgezet tegen de financiële behoeften van het wettelijke pensioenfonds - een druppel op een gloeiende plaat. Er is meer nodig, veel meer.

Philipp Vorndran
Philipp Vorndran

Serge Vanbockryck

Senior PR Consultant, Befirm

 

Persberichten in je mailbox

Door op "Inschrijven" te klikken, bevestig ik dat ik het Privacybeleid gelezen heb en ermee akkoord ga.

Over Flossbach von Storch

Flossbach von Storch is een van Europa's toonaangevende onafhankelijke vermogensbeheerders met meer dan EUR 70 miljard aan beheerd vermogen en meer dan 300 medewerkers. Het bedrijf werd in 1998 in Keulen opgericht door Dr. Bert Flossbach en Kurt von Storch. Tot de cliënten behoren fondsbeleggers, institutionele beleggers, vermogende particulieren en families. 

Alle beleggingsbeslissingen worden genomen op basis van de eigen wereldvisie van het bedrijf, die gebaseerd is op een kritische analyse van de economische en politieke context. Als door de eigenaar geleide onderneming is Flossbach von Storch niet gebonden aan de richtlijnen van een bank of een onderneming.